Katten en identificatie
Je kunt de kat op twee manieren laten identificeren; chippen of een bandje met daaraan de adresgegevens.
Chippen
Tegenwoordig worden dieren steeds vaker voorzien van een chip. Dieren uit asielen zijn altijd voorzien van een chip(wettelijke plicht). Ook u kunt uw huisdier laten chippen. Dit kan bij uw dierenarts of vaak zelfs ook bij dierenambulances of asielen. Elke chip heeft een unieke code en wordt geregistreerd bij een databank. Het enige nadeel is dat je aan de buitenkant van een dier niet kan zien of hij gechipt is. Wel kunnen alle gevonden dieren bij een dierenasiel, dierenambulance of dierenartsenpraktijk heel gemakkelijk gecontroleerd worden met een zogenaamde reader. Via het afgelezen nummer en de databank kan men dan weer aan de gegevens van de eigenaar komen.
Bandjes
Halsbandjes met adreshangers zijn ook heel efficiënt als identificatiemethode, want op die manier is het meteen al duidelijk waar het gevonden dier woont. Ook al is uw huisdier voorzien van een chip, dan nog is het handig het dier een bandje met adres om te doen. Dit is zeker handig als uw dier op een ander adres logeert. Koop voor de kat wel een speciaal kattenbandje. Dit is een bandje met elastiek ertussen, zodat het bandje in geval van nood gemakkelijker van de kop af kan schieten. Controleer regelmatig of de adresgegevens nog in het kokertje zitten of goed leesbaar zijn. Controleer tevens regelmatig of het bandje nog goed om de nek zit en niet te strak of te los zit.
U kunt bij de dierenspeciaalzaak ook een penning laten maken met uw eigen adres en telefoonnummer erop. Als iedere huisdiereigenaar het dier op deze manier herkenbaar maakt scheelt dat heel veel werk voor registratiepunten en opvangcentra. Bovendien kunt u veel kosten besparen mocht uw geïdentificeerde dier in een asiel terecht komen.

